Italië en het nieuwe begin

De pandemie heeft alles veranderd in Italië. Of toch niet? In februari 2021 moest de regering van Giuseppe Conte wijken voor een kabinet onder leiding van Mario Draghi. De oud-president van de Europese Centrale Bank wordt gesteund door alle politieke partijen, behalve de extreemrechtse Fratelli d'Italia. Met een groots opgezette vaccinatiecampagne probeert de regering het coronavirus onder controle te krijgen. 

Tegelijkertijd wordt er hard gewerkt aan een enorm herstelplan om, met de 191,5 miljard euro aan leningen en subsidies van de EU, het land eindelijk te hervormen en te moderniseren. Een sneller werkende justitie, digitalisering, een afgeslankte bureaucratie, betere infrastructuur, een groene economie. Het zijn maar enkele van de vele plannen die op tafel liggen. Zal het Italië lukken om onder leiding van de alom gerespecteerde Draghi een wederopstanding te beleven? Na de winst op het Eurovisie Songfestival, de zege van het Italiaanse voetbalelftal op de EK en de medailleregen tijdens de Olympische Spelen groeit het vertrouwen in binnen- en buitenland. Maar is dat terecht?

Intern heeft Draghi te maken met ruziënde partijen die elkaars tegenpool zijn. De linkse Partito Democratico van Enrico Letta heeft het voortdurend aan de stok met de extreemrechtse Lega van Matteo Salvini, die met zijn gestook de opmars van Fratelli d'Italia wil tegenhouden. De populariteit van deze eveneens extreemrechtse partij onder de gewiekste politica Giorgia Meloni groeit met de dag. In de peilingen is Meloni Salvini zelfs al voorbijgestreefd. 

De Vijfsterrenbeweging probeert onder hun nieuwe leider Giuseppe Conte eindelijk uit te groeien tot een heuse partij, maar wordt daarbij dwarsgezeten door oprichter en eeuwige stoorzender Beppe Grillo. Wat Conte's koers en visie precies zullen zijn, is nog in nevelen gehuld.

Komt daar nog bij dat in februari 2022 het Italiaanse parlement een nieuwe president van de Republiek moet kiezen. Een allerminst onbelangrijke figuur. Het zijn spannende tijden.